Header Mineral Wool Association

MWA: Toenemend risico brand in hoogbouw

‘Nederland loopt internationaal uit de pas met regelgeving brandveiligheid’

 

Gebouwen in Nederland zijn in toenemende mate kwetsbaar voor brand. In het kader van verduurzaming worden steeds meer gebouwen uitgerust met een isolerende schil, maar dit gebeurt niet altijd met onbrandbare materialen. In tegenstelling tot ons omringende landen stelt Nederland geen zware eisen aan de brandveiligheid van gevels van bijvoorbeeld woontorens. De Mineral Wool Association Benelux (MWA) bepleit dat de Nederlandse regelgeving voor gevels van middelhoge en hoge gebouwen wordt aangescherpt tot onbrandbaar.

 

Door strengere regels voor de energieprestatie van gebouwen bestaat de bouwschil inmiddels soms wel voor 50% uit isolatiemateriaal. Volgens de Nederlandse regelgeving hoeft dit materiaal niet onbrandbaar te zijn. Het is voldoende dat een gevel die niet hoger is dan 13 meter voldoet aan de Europese brandklasse D. Bij hoger gelegen gevels geldt brandklasse B. In veel omliggende landen, zoals Duitsland, Frankrijk, Polen de Scandinavische landen, Tsjechië en Slowakije, is A2 (“nagenoeg onbrandbaar”) voor alle toegepaste producten wel de norm.

 

“In Nederland zijn de regels voor brandveiligheid minder streng, terwijl de risico’s juist toenemen”, aldus Louis Cleef namens MWA. “In het verleden bouwden we in Nederland gevels met onbrandbare steenachtig materialen, zoals baksteen, beton en natuursteen. In verband met scherpere energieprestatienormen worden steeds vaker kunststof isolatiematerialen in onze gebouwen toegepast. Die zijn wel brandvertragend, maar niet onbrandbaar en leveren een bijdrage aan de (toxische) rookontwikkeling . Dit maakt het voor de brandweer steeds moeilijker om te blussen of het gebouw te betreden.”

 

Gelukkig kent Nederland relatief weinig ernstige incidenten met personen door brand in hoogbouw. De economische schade is wel groot: de directe schade wordt geschat op circa 900 miljoen euro per jaar, de indirecte schade is aanzienlijk groter. Brandbare bouwmaterialen kunnen ook bijdragen aan een grotere rookproductie met giftige stoffen die een gevaar opleveren voor mens en milieu.

 

Oproep

De MWA pleit er bij het Ministerie van Binnenlandse Zaken voor om - analoog aan de instorting van de parkeergarage in Eindhoven- de gemeenten te laten inventariseren of dezelfde opbouw als is toegepast bij de Grenfell tower in Londen ook binnen hun gemeentegrenzen is toegepast. Het gaat hier om het in kaart brengen van de toepassing van brandbare materialen (brandklasse D) in gebouwen ten behoeve van een gedegen risico inventarisatie. “De Nederlandse regelgeving loopt op het gebied van brandpreventie internationaal uit de pas. Het zou niet toegestaan moeten zijn om brandbare gevelbekleding en isolatiemateriaal te gebruiken in gebouwen, zeker niet waar een verhoogd risico is, zoals scholen, ziekenhuizen en verzorgingstehuizen. Onbrandbaar moet net zoals in veel omringende landen de norm zijn”, aldus Cleef.

 

Lees meer over dit onderwerp in de MWA-position paper Brandveiligheid http://www.mineralewol.net/mediaroom/download/30/document/position-paper-brandveiligheid-benelux-voor-website.pdf.

MWA: Toenemend risico brand in hoogbouw:
Persbericht in pdf.

-----------------------------

Noot voor de redactie:

Voor meer informatie kun tu contact opnemen met mw. A. Kap via info@mwabenelux.org en tel. +31 6 36 53 26 46

Over de MWA

De Mineral Wool Association Benelux (MWA) werd in 1987 opgericht als samenwerkingsverband van Belgische en Nederlandse producenten van glaswol en steenwol, ook wel minerale wol genoemd. De huidige leden-bedrijven zijn Knauf Insulation, Rockwool B.V., Saint-Gobain ISOVER en URSA Benelux. Tevens is Pittsburgh Corning, producent van cellenglas, “Foamglas”, geassocieerd lid.

 

MWA promoot de voordelen van isoleren met minerale isolatie op het vlak van thermische kwaliteit, geluidscomfort, brandveiligheid en duurzaamheid. De associatie is betrokken in allerlei organisaties op producttechnisch en beleidsniveau. Ze participeert in overlegorganen over de bouw, neemt deel aan overleg op het terrein van standaardisering, ondersteunt onderzoek en technologische verbeteringen, publiceert in vakbladen en presenteert op colloquia.